FDP/VVD-delegatie bezoekt beroepsonderwijs in Duitsland en Nederland

Op 4 juni heeft een gezamenlijke FDP-VVD-delegatie een bezoek gebracht aan het ROC Nijmegen en vervolgens aan het Berufskolleg Kleve. VVD-Statenlid René Westra en de FDP-Kamerleden Martina Hannen en Stephan Haupt wilden met dit werkbezoek beter zicht krijgen op de verschillen (en overeenkomsten) tussen het beroepsonderwijs in Nederland en Duitsland. Het economische belang van goede betrekkingen tussen beide landen in cruciaal: Duitsland is de grootste handelspartner van Nederland. In de grensregio wordt dat belang versterkt door kennisuitwisseling en grensoverschrijdende werkgelegenheid van vaklieden op MBO-niveau. Maar ook de maakindustrie uit de Achterhoek is voor haar verdere ontwikkeling de komende jaren afhankelijk van voldoende aanbod van goede en ambitieuze MBO’ers.
Op de bovenstaande foto van links naar rechts: Martina Hannen, Stephan Haupt en René Westra met Johan Neijenhuis.


De Nederlandse en Duitse liberalen werden door beide instellingen uitgebreid geïnformeerd over het Nederlandse resp. Duitse beroepsonderwijs. Hoewel de afstand tussen beide instellingen slechts 25 km bedraagt, is het verschil tussen de inrichting van het onderwijs groot. Drie punten vallen op:

1.     In Nederland wordt steeds meer BOL-opleidingen (5 dagen op school) gevolgd en minder BBL-opleidingen (1 dag school, 4 dagen werken) terwijl in Duitsland een omgekeerde ontwikkeling zichtbaar is.

2.     In Duitsland hebben vrijwel alle docenten een academische opleiding met een pedagogische aantekening, in Nederland is dit niet het geval.

3.     In Nederland zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de volledige organisatie van de onderwijsinstelling, in Duitsland vallen de gebouwen en het personeel onder de verantwoordelijkheid van de deelstaat-minister. 


Naast deze drie verschillen vallen drie overeenkomsten op:

1.     Grote gedrevenheid om de studenten optimaal te laten presteren.

2.     Het belang van Duits in het Nederlandse onderwijs om de uitwisseling van studenten en stagemogelijkheden te vergroten.

3.     Het continueren van de Interreg-projecten om kennis en ervaringen uit te wisselen tussen onderwijsinstellingen van beide landen waardoor studenten (nog) betere perspectieven in beide landen kunnen worden geboden.


Werkbezoeken zijn cruciaal om de provincie en de relevante “omgeving” te leren kennen. Het Gelderse onderwijs en arbeidsmarktbeleid is bij uitstek geschikt om bij en met de buren te kijken en de bevindingen in de Provinciale Staten aan de orde te stellen. En dat gaat gebeuren!